Blog/Engelse tijden: duidelijke uitleg met voorbeelden en oefeningen
Engelse tijden: duidelijke uitleg met voorbeelden en oefeningen

Auteur: Vocab Team

Laatst bijgewerkt:

Engelse tijden: duidelijke uitleg met voorbeelden en oefeningen

Begin met echte Engelse woordenschat met Vocab

Gratis te downloaden. Leer sneller met spaced repetition, themalijsten en uitspraak van moedertaalsprekers - en houd vast wat je leert.

Engelse tijden begrijpen: kies de vorm die bij je boodschap past

Met Engelse tijden vertel je niet alleen wanneer iets gebeurt. Je laat ook zien of iets een gewoonte, een handeling in uitvoering, een resultaat of een duur heeft.
In deze les leer je de twaalf traditionele tijdsvormen herkennen: vier in de tegenwoordige tijd, vier in de verleden tijd en vier vormen met een toekomstbetekenis. Daarna zie je ook twee veelgebruikte manieren om over de toekomst te praten die vaak naast die twaalf vormen worden geleerd: be going to en Present Continuous voor vaste afspraken.
Stel bij elke zin eerst deze vraag: gaat het om een gewoonte, iets dat nu bezig is, een afgerond moment, een resultaat, of een periode?

Tegenwoordige tijd

Present Simple: gewoontes, feiten en vaste schema's

Gebruik Present Simple voor routines, algemene feiten, vaste situaties en dienstregelingen. Bij he, she en it krijgt het werkwoord meestal een -s.
  • I take the train to work every day. Ik neem elke dag de trein naar mijn werk.
  • My sister works from home. Mijn zus werkt thuis.
  • The shop opens at nine. De winkel gaat om negen uur open.
Signaalwoorden zijn vaak always, usually, often, sometimes en every day.

Present Continuous: nu bezig of tijdelijk

Gebruik Present Continuous voor iets dat op dit moment gebeurt of tijdelijk is. De vorm is am/is/are + werkwoord met -ing.
  • I am writing a message right now. Ik schrijf nu een bericht.
  • They are staying with friends this week. Ze verblijven deze week bij vrienden.
  • Look, it is raining. Kijk, het regent.
Sommige werkwoorden beschrijven vooral een toestand en staan meestal niet met -ing, bijvoorbeeld know, like, need en understand.
  • I know the answer. Ik weet het antwoord.
  • Niet: I am knowing the answer.

Present Perfect: een verleden handeling die nu relevant is

Gebruik Present Perfect wanneer het resultaat nu belangrijk is, wanneer je geen afgerond tijdstip noemt, of wanneer iets vroeger begon en nog steeds geldt. De vorm is have/has + past participle.
  • I have lost my keys. Ik ben mijn sleutels kwijt. Dat is nu het probleem.
  • She has already finished her homework. Zij heeft haar huiswerk al af.
  • We have lived here for three years. We wonen hier al drie jaar.
Gebruik for voor een periode en since voor het beginpunt van die periode.
  • He has studied English since 2022. Hij studeert Engels sinds 2022.

Present Perfect Continuous: nadruk op duur of activiteit

Gebruik Present Perfect Continuous voor een activiteit die in het verleden begon en nog doorgaat, of net stopte maar een zichtbaar gevolg heeft. De vorm is have/has been + werkwoord met -ing.
  • I have been waiting for an hour. Ik wacht al een uur.
  • She has been working all morning. Zij werkt al de hele ochtend.
Vergelijk het resultaat met de activiteit:
  • I have read the book. Ik heb het boek gelezen. Het resultaat telt.
  • I have been reading the book. Ik heb in het boek zitten lezen. De activiteit of duur telt.

Verleden tijd

Past Simple: klaar op een duidelijk moment in het verleden

Gebruik Past Simple voor een afgeronde gebeurtenis in het verleden, vaak met woorden als yesterday, last week, ago of een jaartal. Regelmatige werkwoorden krijgen meestal -ed. Onregelmatige werkwoorden hebben een eigen vorm, zoals went, saw en bought.
  • We visited our grandparents last Sunday. We bezochten vorige zondag onze grootouders.
  • He bought a new laptop yesterday. Hij kocht gisteren een nieuwe laptop.
  • I saw that film last year. Ik zag die film vorig jaar.

Past Continuous: bezig op een moment in het verleden

Gebruik Past Continuous voor een handeling die gaande was op een bepaald moment in het verleden. De vorm is was/were + werkwoord met -ing.
  • I was cooking when you called. Ik was aan het koken toen jij belde.
  • They were walking home at eight o'clock. Ze waren om acht uur naar huis aan het lopen.
Vaak beschrijft Past Continuous de langere handeling en Past Simple de gebeurtenis die die handeling onderbreekt.
  • She was sleeping when the phone rang. Zij sliep toen de telefoon ging.

Past Perfect: eerder dan een ander verleden moment

Gebruik Past Perfect wanneer je twee momenten in het verleden vergelijkt en duidelijk wilt maken wat eerst gebeurde. De vorm is had + past participle.
  • The train had left before we arrived. De trein was al vertrokken voordat wij aankwamen.
  • I had never tried sushi before that evening. Ik had vóór die avond nog nooit sushi geprobeerd.
Gebruik deze vorm vooral als de tijdsvolgorde anders onduidelijk kan zijn.

Past Perfect Continuous: duur vóór een verleden moment

Gebruik Past Perfect Continuous voor de duur van een activiteit die vóór een ander moment in het verleden bezig was. De vorm is had been + werkwoord met -ing.
  • They had been driving for hours before they stopped. Ze hadden al uren gereden voordat ze stopten.
  • She was tired because she had been studying. Zij was moe omdat ze aan het studeren was geweest.

Toekomst uitdrukken

Engels heeft niet één enkele toekomstvorm. De vier onderstaande vormen helpen je een toekomstige handeling precies te beschrijven. Daarnaast zijn be going to en Present Continuous belangrijke dagelijkse keuzes.

Future Simple: beslissing, belofte of voorspelling

Gebruik will + werkwoord voor een beslissing op het moment van spreken, een belofte of een voorspelling.
  • I will help you with that. Ik zal je daarmee helpen.
  • I think it will rain tomorrow. Ik denk dat het morgen gaat regenen.
  • Time will tell. De tijd zal het leren.
Time will tell gebruik je als je pas later zult weten hoe een situatie afloopt.

Be going to: bestaand plan of zichtbaar bewijs

Gebruik be going to + werkwoord voor een plan dat al bestaat of een voorspelling waarvoor je aanwijzingen ziet.
  • We are going to visit London in July. We zijn van plan Londen in juli te bezoeken.
  • Look at those clouds. It is going to rain. Kijk naar die wolken. Het gaat regenen.
Vergelijk deze twee betekenissen:
  • I will answer the door. Ik doe wel open. Dit besluit neem je nu.
  • I am going to answer the door after dinner. Ik ga na het eten opendoen. Dit plan bestond al.

Present Continuous voor een vaste afspraak

Gebruik Present Continuous ook voor een concrete afspraak die geregeld of vastgelegd is.
  • I am meeting Sam on Friday. Ik heb vrijdag met Sam afgesproken.
  • They are flying to Rome next month. Ze vliegen volgende maand naar Rome.

Future Continuous: bezig op een toekomstig moment

Gebruik Future Continuous voor iets dat op een toekomstig moment bezig zal zijn. De vorm is will be + werkwoord met -ing.
  • This time tomorrow, I will be travelling. Morgen om deze tijd ben ik aan het reizen.

Future Perfect: klaar vóór een toekomstig moment

Gebruik Future Perfect voor iets dat vóór een toekomstig moment klaar zal zijn. De vorm is will have + past participle.
  • By Friday, she will have finished the report. Uiterlijk vrijdag heeft zij het rapport afgemaakt.

Future Perfect Continuous: duur tot een toekomstig punt

Gebruik Future Perfect Continuous wanneer de duur tot een moment in de toekomst centraal staat. De vorm is will have been + werkwoord met -ing.
  • In June, I will have been working here for ten years. In juni werk ik hier tien jaar.

Veelgemaakte fouten bij Engelse tijden

  • Niet: She work every day. Wel: She works every day. Bij she krijgt work een -s.
  • Niet: I am go to school every day. Wel: I go to school every day. Een routine vraagt om Present Simple.
  • Niet: They was late. Wel: They were late. Gebruik were bij they, we en you.
  • Niet: Did you went home? Wel: Did you go home? Na did staat het hoofdwerkwoord in de basisvorm.
  • Niet: I have seen him yesterday. Wel: I saw him yesterday. Met een afgerond tijdstip zoals yesterday gebruik je Past Simple.
  • Niet: I am knowing her. Wel: I know her. Know staat doorgaans niet in Present Continuous.

Oefening: kies of maak de juiste vorm

Vul de juiste vorm van het werkwoord in of kies de zin die past.
  1. My brother ___ (play) football every Saturday.
  2. Listen! The baby ___ (cry).
  3. We ___ (see) that museum last summer.
  4. I ___ already ___ (finish) my lunch.
  5. When I arrived, they ___ (watch) a film.
  6. By next week, she ___ ___ (complete) the course.
  7. Kies de beste zin voor een besluit dat je nu neemt: I will call her tonight. of I am going to call her tonight.
  8. Vertaal naar het Engels: De tijd zal het leren.

Antwoorden

  1. My brother plays football every Saturday. Dit is Present Simple, omdat het om een gewoonte gaat.
  2. Listen! The baby is crying. Dit is Present Continuous, omdat de handeling nu gebeurt.
  3. We saw that museum last summer. Dit is Past Simple, omdat last summer een afgeronde periode noemt.
  4. I have already finished my lunch. Dit is Present Perfect, omdat het resultaat nu relevant is.
  5. When I arrived, they were watching a film. Past Continuous toont de handeling die al bezig was.
  6. By next week, she will have completed the course. Dit is Future Perfect, omdat de cursus vóór een toekomstig moment klaar is.
  7. I will call her tonight. Dit past bij een beslissing die je op het moment van spreken neemt. Was het al een plan, dan past I am going to call her tonight. beter.
  8. Time will tell. Dit is de gebruikelijke Engelse uitdrukking voor: de tijd zal het leren.

Een korte keuzehulp om te onthouden

Kijk eerst naar het tijdstip in de zin. Bepaal daarna wat je wilt benadrukken: een gewoonte, een handeling in uitvoering, een afgerond resultaat of een duur. Maak vervolgens zelf korte zinnen over je dag. Zo leer je Engelse tijden als betekenisvolle keuzes gebruiken, niet als een losse lijst regels.
5 minuten

Test je Engelse woordenschat in 5 minuten

Ontdek je exacte woordenschatniveau met onze gratis test. Van basis tot geavanceerde woorden, krijg je A1-C2 score en zie hoeveel Engelse woorden je echt kent.