Begin met echte Engelse woordenschat met Vocab
Gratis te downloaden. Leer sneller met spaced repetition, themalijsten en uitspraak van moedertaalsprekers - en houd vast wat je leert.

25 paren tegenovergestelde werkwoorden in het Engels die je moet kennen
Is het je ooit overkomen dat je 'lenen' wilt zeggen, maar er twee woorden door je hoofd spoken — lend en borrow — en je niet weet welke de juiste is? Of dat je probeert te herinneren wat het tegenovergestelde is van 'accepteren'? Zo ja, dan ben je niet de enige! Werkwoord-antoniemen zijn woordparen met een tegenovergestelde betekenis en vormen de basis van een actieve woordenschat.
Het begrijpen van deze paren verdubbelt niet alleen je woordenschat, het maakt je spraak ook preciezer, flexibeler en natuurlijker. Als je niet alleen de actie kent, maar ook het tegenovergestelde, kun je je gedachten veel vrijer uiten en ongemakkelijke stiltes vermijden. Deze lijst is je snelle gids voor 25 cruciale paren die je helpen om ze voor eens en voor altijd uit elkaar te houden.
Belangrijkste tegenovergestelde werkwoorden voor je woordenschat van 2025
Laten we de belangrijkste paren bekijken met eenvoudige voorbeelden en tips, zodat je nooit meer in de war raakt.
- Accept / Reject (Accepteren / Afwijzen)
- Betekenis: Ergens mee akkoord gaan / Iets weigeren.
- Voorbeelden:
- She decided to accept the job offer. (Ze besloot het baanaanbod te accepteren.)
- Unfortunately, the committee had to reject his proposal. (Helaas moest de commissie zijn voorstel afwijzen.)
- Please accept my apologies for the delay. (Aanvaard alstublieft mijn excuses voor de vertraging.)
- 💡 Tip: Reject is formeler dan refuse. Reject wordt vaak gebruikt voor officiële voorstellen (reject an application), terwijl refuse meer voor handelingen wordt gebruikt (I refuse to go).
- Arrive / Depart (Aankomen / Vertrekken)
- Betekenis: Op een bestemming aankomen / Van een plaats vertrekken.
- Voorbeelden:
- The train will arrive at 6 PM. (De trein komt om 18:00 uur aan.)
- Our flight departs from Terminal 2. (Onze vlucht vertrekt vanaf Terminal 2.)
- What time did you arrive at the hotel? (Hoe laat ben je in het hotel aangekomen?)
- 💡 Tip: Depart wordt meestal gebruikt in de context van transport (treinen, vliegtuigen). In de dagelijkse spreektaal zegt men vaker leave.
- Attack / Defend (Aanvallen / Verdedigen)
- Betekenis: Iemand aanvallen / Beschermen tegen een aanval.
- Voorbeelden:
- The army prepared to defend the city. (Het leger bereidde zich voor om de stad te verdedigen.)
- In chess, it's important to attack your opponent's king. (Bij schaken is het belangrijk om de koning van je tegenstander aan te vallen.)
- She had to defend her point of view during the debate. (Ze moest haar standpunt verdedigen tijdens het debat.)
- 💡 Tip: Deze woorden worden zowel letterlijk (militair) als figuurlijk (bijvoorbeeld in sport of discussies) gebruikt.
- Borrow / Lend (Lenen van / Uitlenen aan)
- Betekenis: Iets tijdelijk van iemand nemen / Iets tijdelijk aan iemand geven.
- Voorbeelden:
- Can I borrow your pen? (Mag ik je pen lenen?)
- Could you lend me $20 until Friday? (Kun je me 20 dollar lenen tot vrijdag?)
- I borrowed this book from the library. (Ik heb dit boek geleend van de bibliotheek.)
- 💡 Tip: Dit is een van de meest gemaakte fouten! Onthoud: You borrow FROM someone, but you lend TO someone.
- Build / Destroy (Bouwen / Vernietigen)
- Betekenis: Iets creëren / Iets volledig kapotmaken.
- Voorbeelden:
- They plan to build a new bridge. (Ze zijn van plan een nieuwe brug te bouwen.)
- The earthquake destroyed many old buildings. (De aardbeving heeft veel oude gebouwen vernietigd.)
- It takes years to build trust, but only seconds to destroy it. (Het duurt jaren om vertrouwen op te bouwen, maar slechts seconden om het te vernietigen.)
- 💡 Tip: Destroy betekent volledige vernietiging. Als iets gewoon kapot is, kun je beter break gebruiken.
- Buy / Sell (Kopen / Verkopen)
- Betekenis: Iets verkrijgen voor geld / Iets wegdoen voor geld.
- Voorbeelden:
- I need to sell my old car. (Ik moet mijn oude auto verkopen.)
- Where did you buy that beautiful dress? (Waar heb je die prachtige jurk gekocht?)
- They sell fresh vegetables at the local market. (Ze verkopen verse groenten op de lokale markt.)
- 💡 Tip: Heel eenvoudig: you buy FROM a shop, a shop sells TO you.
- Catch / Throw (Vangen / Gooien)
- Betekenis: Iets wat vliegt vastpakken / Iets de lucht in lanceren.
- Voorbeelden:
- Throw me the ball! (Gooi de bal naar me!)
- The police officer managed to catch the thief. (De politieagent slaagde erin de dief te vangen.)
- Be careful not to throw away important documents. (Pas op dat je geen belangrijke documenten weggooit.)
- 💡 Tip: Throw is een actie van jou af, catch is een actie naar jou toe.
- Open / Close (Openen / Sluiten)
- Betekenis: Toegankelijk maken / Ontoegankelijk maken.
- Voorbeelden:
- Please close the door. (Doe alsjeblieft de deur dicht.)
- What time do the shops open on Sunday? (Hoe laat gaan de winkels open op zondag?)
- He closed his eyes and tried to relax. (Hij sloot zijn ogen en probeerde te ontspannen.)
- 💡 Tip: In het Brits-Engels wordt voor winkels vaak shut gebruikt als synoniem voor close. Shut kan iets abrupter klinken.
- Find / Lose (Vinden / Verliezen)
- Betekenis: Iets ontdekken (vaak per toeval) / Iets kwijtraken.
- Voorbeelden:
- I always lose my keys. (Ik verlies altijd mijn sleutels.)
- I was so happy to find my wallet. (Ik was zo blij toen ik mijn portemonnee vond.)
- Don't lose hope, everything will be fine. (Verlies de hoop niet, alles komt goed.)
- 💡 Tip: Verwar lose [luːz] (verliezen) niet met loose [luːs] (los, niet strak). De uitspraak en betekenis zijn verschillend!
- Start / Finish (Beginnen / Afmaken)
- Betekenis: Een handeling of proces beginnen / Een handeling of proces voltooien.
- Voorbeelden:
- When does the movie start? (Wanneer begint de film?)
- Have you finished your homework yet? (Heb je je huiswerk al afgemaakt?)
- Let's start the meeting. (Laten we de vergadering beginnen.)
- 💡 Tip: Finish impliceert meestal dat je iets tot een goed einde brengt, terwijl stop kan betekenen dat je simpelweg stopt met de handeling (I stopped working at 5 PM).
- Float / Sink (Drijven / Zinken)
- Betekenis: Op het oppervlak van een vloeistof blijven / Naar de bodem gaan.
- Voorbeelden:
- A ship made of steel can float. (Een schip van staal kan drijven.)
- If you throw a stone in water, it will sink. (Als je een steen in het water gooit, zal hij zinken.)
- Wood floats, but metal sinks. (Hout drijft, maar metaal zinkt.)
- 💡 Tip: Wordt ook figuurlijk gebruikt: an idea can sink or float (een idee kan mislukken of succesvol zijn).
- Freeze / Melt (Bevriezen / Smelten)
- Betekenis: In ijs veranderen door kou / In vloeistof veranderen door warmte.
- Voorbeelden:
- The ice cream is melting! (Het ijs smelt!)
- Water freezes at 0 degrees Celsius. (Water bevriest bij 0 graden Celsius.)
- Put the butter on the hot toast and watch it melt. (Leg de boter op de hete toast en kijk hoe het smelt.)
- 💡 Tip: Freeze betekent ook 'stilstaan, niet bewegen' (Freeze! Don't move! — roept een politieagent in films).
- Hire / Fire (Aannemen / Ontslaan)
- Betekenis: Iemand in dienst nemen / Iemand uit dienst ontslaan.
- Voorbeelden:
- The company plans to hire 50 new employees. (Het bedrijf is van plan 50 nieuwe medewerkers aan te nemen.)
- He was fired for being consistently late. (Hij werd ontslagen omdat hij constant te laat was.)
- We need to hire a professional designer for this project. (We moeten een professionele ontwerper aannemen voor dit project.)
- 💡 Tip: Fire is een heel direct en hard woord. Zachtere varianten zijn let go of make redundant.
- Increase / Decrease (Toenemen / Afnemen)
- Betekenis: Groter worden / Kleiner worden.
- Voorbeelden:
- The price of fuel will decrease soon. (De brandstofprijs zal binnenkort dalen.)
- The population of the city continues to increase. (De bevolking van de stad blijft toenemen.)
- You should decrease the amount of sugar in your diet. (Je zou de hoeveelheid suiker in je dieet moeten verminderen.)
- 💡 Tip: Deze werkwoorden worden vaak gebruikt in een formele en zakelijke context, vooral met cijfers en data.
- Laugh / Cry (Lachen / Huilen)
- Betekenis: Vrolijkheid uiten / Verdriet of pijn uiten met tranen.
- Voorbeelden:
- The joke was so funny, I couldn't stop laughing. (De grap was zo grappig, ik kon niet stoppen met lachen.)
- The ending of the movie was so sad it made me cry. (Het einde van de film was zo verdrietig dat ik moest huilen.)
- It's better to laugh about your problems than to cry about them. (Het is beter om te lachen om je problemen dan erom te huilen.)
- 💡 Tip: Onthoud de uitdrukking: to laugh your head off (in een deuk liggen van het lachen).
- Lead / Follow (Leiden / Volgen)
- Betekenis: Vooropgaan en de weg wijzen / Achter iemand aan gaan.
- Voorbeelden:
- You lead the way, and I will follow. (Jij leidt de weg, en ik zal volgen.)
- A good manager should lead by example. (Een goede manager moet het goede voorbeeld geven.)
- Just follow the signs to the exit. (Volg gewoon de borden naar de uitgang.)
- 💡 Tip: Lead (verleden tijd — led) wordt vaak verward met het woord lead (lood), dat hetzelfde wordt geschreven maar wordt uitgesproken als [led].
- Live / Die (Leven / Sterven)
- Betekenis: Bestaan / Ophouden te bestaan.
- Voorbeelden:
- All living things must eventually die. (Alle levende wezens moeten uiteindelijk sterven.)
- He wants to live a long and happy life. (Hij wil een lang en gelukkig leven leiden.)
- Many soldiers died in the war. (Veel soldaten zijn omgekomen in de oorlog.)
- 💡 Tip: Let op de vormen: live (werkwoord), life (zelfstandig naamwoord), alive (bijvoeglijk naamwoord).
- Love / Hate (Houden van / Haten)
- Betekenis: Sterke genegenheid voelen / Sterke afkeer voelen.
- Voorbeelden:
- I hate waking up early. (Ik haat het om vroeg op te staan.)
- Cats generally hate water. (Katten haten over het algemeen water.)
- I absolutely love Italian food. (Ik ben absoluut dol op Italiaans eten.)
- 💡 Tip: Dit zijn sterke emoties. Gebruik voor neutralere gevoelens like / dislike.
- Pass / Fail (Slagen / Zakken)
- Betekenis: Een toets of examen succesvol afleggen / Niet slagen voor een toets of examen.
- Voorbeelden:
- I'm so nervous I might fail the exam. (Ik ben zo zenuwachtig dat ik misschien voor het examen zak.)
- Congratulations on passing your driving test! (Gefeliciteerd met het slagen voor je rijexamen!)
- He failed his math test twice. (Hij is twee keer gezakt voor zijn wiskundetoets.)
- 💡 Tip: Na pass is geen voorzetsel nodig. Fout: pass in the exam. Correct: pass the exam.
- Push / Pull (Duwen / Trekken)
- Betekenis: Kracht uitoefenen om van je af te bewegen / Kracht uitoefenen om naar je toe te bewegen.
- Voorbeelden:
- You need to pull the door, not push it. (Je moet aan de deur trekken, niet duwen.)
- He pushed the button to call the elevator. (Hij drukte op de knop om de lift te roepen.)
- She had to pull her dog away from the other dog. (Ze moest haar hond wegtrekken van de andere hond.)
- 💡 Tip: Kijk maar eens naar een glazen deur in een Engelstalig land — dit is het eerste wat je daar zult zien!
- Remember / Forget (Herinneren / Vergeten)
- Betekenis: In het geheugen bewaren / Niet kunnen herinneren.
- Voorbeelden:
- Don't forget to call your mom. (Vergeet niet je moeder te bellen.)
- I will always remember our first meeting. (Ik zal onze eerste ontmoeting altijd herinneren.)
- I forgot what I wanted to say. (Ik ben vergeten wat ik wilde zeggen.)
- 💡 Tip: Na deze werkwoorden kan zowel een infinitief met to als een gerundium (-ing) volgen, maar de betekenis verschilt. Remember to do (niet vergeten iets te doen) vs. Remember doing (je herinneren dat je iets hebt gedaan).
- Rise / Fall (Stijgen / Dalen)
- Betekenis: Omhoog bewegen / Omlaag bewegen.
- Voorbeelden:
- The sun rises in the east and sets in the west. (De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen.) (Set is in deze context het antoniem van rise).
- Prices are expected to fall next month. (De prijzen zullen naar verwachting volgende maand dalen.)
- Smoke was rising from the chimney. (Er steeg rook op uit de schoorsteen.)
- 💡 Tip: Rise is een werkwoord dat geen lijdend voorwerp nodig heeft (prices rise). Raise betekent 'iets omhoog brengen' (raise your hand).
- Succeed / Fail (Slagen / Falen)
- Betekenis: Een doel bereiken / Een doel niet bereiken.
- Voorbeelden:
- He tried many times and finally succeeded. (Hij probeerde het vele malen en slaagde uiteindelijk.)
- Many businesses fail in their first year. (Veel bedrijven falen in hun eerste jaar.)
- If you want to succeed, you have to work hard. (Als je wilt slagen, moet je hard werken.)
- 💡 Tip: Succeed is een algemener begrip dan pass. Je kunt succeed in business, maar je pass an exam.
- Teach / Learn (Onderwijzen / Leren)
- Betekenis: Kennis geven / Kennis opdoen.
- Voorbeelden:
- You can learn a lot from your mistakes. (Je kunt veel leren van je fouten.)
- My father taught me how to swim. (Mijn vader heeft me leren zwemmen.)
- What's the best way to learn a new language? (Wat is de beste manier om een nieuwe taal te leren?)
- 💡 Tip: Nog een veelgemaakte fout. A teacher teaches students. Students learn from a teacher. Onthoud dit ezelsbruggetje.
- Win / Lose (Winnen / Verliezen)
- Betekenis: De winnaar zijn / De verliezer zijn.
- Voorbeelden:
- It doesn't matter if you win or lose, just do your best. (Het maakt niet uit of je wint of verliest, doe gewoon je best.)
- Our team lost the game by one point. (Ons team heeft de wedstrijd met één punt verschil verloren.)
- Who do you think will win the match? (Wie denk je dat de wedstrijd zal winnen?)
- 💡 Tip: Win wordt gebruikt voor competities, spellen en prijzen (win a game, win a medal). Beat wordt gebruikt als je een specifieke tegenstander verslaat (beat another team).
Het leren van deze paren is een uitstekende investering in je zelfvertrouwen. Probeer je eigen zinnen te maken met elk paar, en je zult zien hoe snel ze in je geheugen blijven hangen. Succes!
Extra materialen
🎧 Verbeter je leerproces met de Vocab app podcast - een fantastische bron om je luistervaardigheid te verbeteren en je woordenschat uit te breiden met boeiende audio-inhoud.
📱 Boost je woordenschat met de Vocab app - een geweldige tool die is ontworpen om je te helpen efficiënt nieuwe woorden te leren.
Aanbevolen artikelen

Present Perfect Continuous: Uitleg & Voorbeelden (have/has been -ing)

Present Simple: De complete gids met regels en voorbeelden (2025)

Present Perfect: Uitleg & Regels (have/has + V3) in 2025

Voorzetsels IN, ON, AT: Nooit meer de fout in in 2025

Dagelijkse Routine Engels: 50+ zinnen voor je dag

15 Engelse Woordparen die Iedereen Verwart (2025 Gids)
5 minuten
Test je Engelse woordenschat in 5 minuten
Ontdek je exacte woordenschatniveau met onze gratis test. Van basis tot geavanceerde woorden, krijg je A1-C2 score en zie hoeveel Engelse woorden je echt kent.