Begin met echte Engelse woordenschat met Vocab
Gratis te downloaden. Leer sneller met spaced repetition, themalijsten en uitspraak van moedertaalsprekers - en houd vast wat je leert.

import:Alert
20 Veelgemaakte Fouten in het Engels (Hoe je ze fixt in 2025)
Laatst bijgewerkt: Augustus 2025
Heb je ooit een belangrijke Engelse e-mail verstuurd en je daarna urenlang zorgen gemaakt: "Stonden er niet te veel fouten in?" Herkenbaar gevoel! Maar hier is het goede nieuws: de meeste fouten die mensen met een Engels niveau van A1 tot B2 maken, zijn erg voorspelbaar. Dit betekent dat je ze makkelijk kunt herkennen en verbeteren, als je weet waar je moet zoeken.
Dit artikel is jouw persoonlijke gids in de strijd tegen de meest hardnekkige fouten. We laten je niet alleen zien wat er fout is, maar leggen ook uit waarom, geven duidelijke voorbeelden en bieden korte oefeningen om de kennis te verankeren. Laten we de 20 struikelblokken aanpakken die ons ervan weerhouden om zelfverzekerd en correct in het Engels te schrijven. Laten we beginnen! 🚀
Deel 1: Lidwoorden en Bepalers – De Basis
De kleine woordjes
a, an, the, much en many zorgen vaak voor grote problemen. Maar zonder deze klinkt je Engels onnatuurlijk, alsof het door een robot wordt gesproken.1. Het weglaten van het lidwoord 'a/an' bij telbare zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud
💡 Regel: Als je iets kunt tellen (one book, two books) en het is er maar één, dan heb je bijna altijd een onbepaald lidwoord nodig. Gebruik
a voor woorden die beginnen met een medeklinkerklank, en an voor woorden die beginnen met een klinkerklank. Let op: het gaat om de klank, niet de letter! Bijvoorbeeld, an hour (de h is stil) en a university (de klank is /j/).- ❌ Fout: "I am doctor." / "She wants to be writer."
- ✅ Correct: "I am a doctor." / Ik ben een dokter.
- ✅ Correct: "She wants to be a writer." / Zij wil schrijfster worden.
- ✅ Correct: "He is an engineer." / Hij is een ingenieur.
- ✅ Correct: "It took me an hour to get there." / Het kostte me een uur om er te komen.
🎯 Oefening: Herschrijf de zin en voeg
a of an toe op de juiste plaatsen. "She bought new car and interesting book."2. De verwarring tussen 'a/an' en 'the'
💡 Regel:
A/an gebruik je als je voor het eerst over iets praat of over een willekeurig item uit een groep ("geef me een pen"). The gebruik je als je het over iets specifieks hebt dat de luisteraar al kent (the car we saw yesterday), iets unieks (the sun, the sky) of iets dat je voor de tweede keer noemt.- ❌ Fout: "I saw a beautiful car. Car was red."
- ✅ Correct: "I saw a beautiful car. The car was red." / Ik zag een mooie auto. (Die specifieke) auto was rood.
- ❌ Fout: "Sun is shining brightly today."
- ✅ Correct: "The sun is shining brightly today." / De zon schijnt vandaag fel (er is er maar één van).
- ✅ Voorbeeld: "Can you open the door, please?" / Kun je de deur openen, alsjeblieft? (verwijst naar een specifieke deur in de kamer).
🎯 Oefening: Kies het juiste lidwoord. "Can you pass me (a/the) salt, please?" (Hint: er is maar één zoutvaatje op tafel, en iedereen weet welk je bedoelt).
3. Onjuist gebruik van 'much' en 'many'
💡 Regel:
Many gebruik je voor dingen die je kunt tellen (friends, books, ideas). Much gebruik je voor niet-telbare concepten (water, time, money, information). In bevestigende zinnen wordt voor beide vaak a lot of gebruikt. Much en many komen vaker voor in vragen en ontkenningen.- ❌ Fout: "I don't have much friends."
- ✅ Correct: "I don't have many friends." / Ik heb niet veel vrienden.
- ❌ Fout: "She has many money."
- ✅ Correct: "She has a lot of money." / Ze heeft veel geld.
- ✅ Correct: "How much time do we have?" / Hoeveel tijd hebben we?
- ✅ Correct: "There aren't many options left." / Er zijn niet veel opties meer over.
🎯 Oefening: Vul
much of many in. "How ___________ apples did you buy?"4. Verwarring tussen 'this/these' en 'that/those'
💡 Regel:
This (deze/dit, dichtbij, enkelvoud) en these (deze, dichtbij, meervoud). That (die/dat, ver weg, enkelvoud) en those (die, ver weg, meervoud).- ❌ Fout: "I like these picture on the far wall."
- ✅ Correct: "I like that picture on the far wall." / Ik vind die schilderij aan de verre muur mooi.
- ❌ Fout: "Look at this birds high in the sky."
- ✅ Correct: "Look at those birds high in the sky." / Kijk naar die vogels hoog in de lucht.
- ✅ Voorbeeld: "Is this your seat?" / Is dit jouw stoel? (wijzend naar een stoel naast je)
- ✅ Voorbeeld: "These cookies are delicious!" / Deze koekjes zijn heerlijk! (terwijl je ze vasthoudt)
🎯 Oefening: Herschrijf en verbeter de fout. "These shoes I bought last year are still in the box."
Deel 2: Voorzetsels – Kleine Woorden met Grote Impact
Voorzetsels van tijd en plaats (
in, on, at) zijn een mijnenveld voor velen. Laten we dit ophelderen.5. Tijdsvoorzetsels: 'at', 'in', 'on'
💡 Regel:
at– voor een specifiek tijdstip (at 5 PM,at midnight,at noon) en enkele vaste uitdrukkingen (at night,at the weekend).on– voor dagen en data (on Monday,on July 4th,on my birthday).in– voor maanden, jaren, seizoenen en lange periodes (in August,in 2025,in summer,in the morning,in the 1990s).- ❌ Fout: "My birthday is in Friday."
- ✅ Correct: "My birthday is on Friday." / Mijn verjaardag is op vrijdag.
- ❌ Fout: "The meeting starts on 3 PM."
- ✅ Correct: "The meeting starts at 3 PM." / De vergadering begint om 3 uur 's middags.
🎯 Oefening: Vul
in, on of at in. "The meeting is ___________ 10 AM ___________ Monday ___________ December."6. Plaatsvoorzetsels: 'at', 'in', 'on'
💡 Regel:
in– binnen iets met grenzen (in a box,in a room,in a city,in a country).on– op een oppervlak (on the table,on the wall,on the floor).at– op een specifiek punt, een specifieke locatie of om aanwezigheid bij een evenement aan te duiden (at the bus stop,at the door,at a party,at work).- ❌ Fout: "The keys are in the table."
- ✅ Correct: "The keys are on the table." / De sleutels liggen op tafel.
- ❌ Fout: "She is waiting on the entrance."
- ✅ Correct: "She is waiting at the entrance." / Ze staat bij de ingang te wachten.
- ✅ Voorbeeld: "I live in London, but my office is at 25 Baker Street." / Ik woon in Londen, maar mijn kantoor is op Baker Street 25.
🎯 Oefening: Kies het juiste voorzetsel. "I live (in/on/at) London."
7. Het weglaten van een voorzetsel na een werkwoord
💡 Regel: Sommige Engelse werkwoorden vereisen een voorzetsel, in tegenstelling tot in het Nederlands. Deze moet je simpelweg onthouden. De meest voorkomende zijn:
listen to, wait for, depend on, look at, arrive at/in, apologize for.- ❌ Fout: "I like to listen music." / "Who are you waiting?"
- ✅ Correct: "I like to listen to music." / Ik luister graag naar muziek.
- ✅ Correct: "Who are you waiting for?" / Op wie wacht je?
- ✅ Voorbeeld: "It all depends on the weather." / Alles hangt af van het weer.
🎯 Oefening: Herschrijf de zin en voeg een voorzetsel toe. "It depends the weather."
Deel 3: Congruentie en Tijdsvormen – Het Hart van de Grammatica
Hier kunnen fouten de betekenis van je boodschap volledig veranderen.
8. De ontbrekende '-s' in de Present Simple voor de 3e persoon
💡 Regel: In de tegenwoordige tijd (Present Simple) voeg je bij de voornaamwoorden
he, she, it (en de zelfstandige naamwoorden die ze vervangen, zoals my friend, the cat, Anna) een -s of -es toe aan het werkwoord.- ❌ Fout: "She work in a bank." / "My friend live in London."
- ✅ Correct: "She works in a bank." / Zij werkt bij een bank.
- ✅ Correct: "My friend lives in London." / Mijn vriend woont in Londen.
- ✅ Correct: "The sun rises in the east." / De zon komt op in het oosten.
🎯 Oefening: Verbeter het werkwoord. "The sun rise in the east."
9. De verkeerde keuze tussen Present Simple en Present Continuous
💡 Regel:
Present Simple – voor feiten, gewoontes en regelmatige handelingen (signaalwoorden: always, usually, every day, often). Present Continuous (am/is/are + verb-ing) – voor handelingen die op dit moment of in deze periode plaatsvinden (signaalwoorden: now, at the moment, this week).- ❌ Fout: "Right now, I read a magazine."
- ✅ Correct: "Right now, I am reading a magazine." / Op dit moment lees ik een tijdschrift.
- ❌ Fout: "Water is boiling at 100 degrees Celsius."
- ✅ Correct: "Water boils at 100 degrees Celsius." / Water kookt bij 100 graden Celsius (dit is een wetenschappelijk feit).
- ✅ Voorbeeld: "I usually drink coffee in the morning, but today I'm drinking tea." / Normaal gesproken drink ik 's ochtends koffie, maar vandaag drink ik thee.
🎯 Oefening: Kies de juiste werkwoordsvorm. "Be quiet! The baby (sleeps / is sleeping)."
10. Onjuiste werkwoordsvormen in de Past Simple
💡 Regel: Het Engels heeft veel onregelmatige werkwoorden. Hun tweede vorm voor de Past Simple (en de derde voor de Perfect-tijden) moet je simpelweg uit je hoofd leren. Maak een lijstje en herhaal het:
go -> went -> gone, see -> saw -> seen, buy -> bought -> bought. Er is geen andere manier!- ❌ Fout: "I goed to the cinema yesterday." / "We seeed a great film."
- ✅ Correct: "I went to the cinema yesterday." / Ik ben gisteren naar de bioscoop geweest.
- ✅ Correct: "We saw a great film last week." / We hebben vorige week een geweldige film gezien.
- ❌ Fout: "She buyed a new dress."
- ✅ Correct: "She bought a new dress." / Ze heeft een nieuwe jurk gekocht.
🎯 Oefening: Verbeter het werkwoord. "She buyed a new dress for the party."
11. Tijdsvormen mengen in één verhaal
💡 Regel: Als je een verhaal in het verleden vertelt, houd je dan aan de verleden tijden (
Past Simple, Past Continuous, etc.). Overspringen naar de Present Simple is verwarrend en doorbreekt de logica van je verhaal.- ❌ Fout: "I woke up late, so I run to the bus stop."
- ✅ Correct: "I woke up late, so I ran to the bus stop." / Ik werd laat wakker, dus ik rende naar de bushalte.
- ❌ Fout: "She opened the door and sees her friend."
- ✅ Correct: "She opened the door and saw her friend." / Ze opende de deur en zag haar vriend.
🎯 Oefening: Verbeter het tweede deel van de zin. "He was walking home when he find a wallet."
Deel 4: Interpunctie en Structuur – Duidelijkheid in je Denken
Correcte interpunctie helpt de lezer je gedachtegang te volgen, in plaats van over elke zin te struikelen.
12. De ontbrekende komma voor 'but', 'so', 'and'
💡 Regel: Wanneer je twee volledige zinnen (elk met een onderwerp en een werkwoord) verbindt met de voegwoorden
for, and, nor, but, or, yet, so (makkelijk te onthouden met het acroniem FANBOYS), plaats je een komma voor het voegwoord.- ❌ Fout: "I wanted to go but I was tired."
- ✅ Correct: "I wanted to go, but I was tired." / Ik wilde gaan, maar ik was moe.
- ❌ Fout: "He studied hard so he passed the exam."
- ✅ Correct: "He studied hard, so he passed the exam." / Hij studeerde hard, dus hij slaagde voor het examen.
🎯 Oefening: Plaats een komma waar nodig. "She likes coffee and he prefers tea."
13. Aaneengeregen zinnen (Run-on Sentences)
💡 Regel: Je kunt niet zomaar twee onafhankelijke zinnen achter elkaar plaatsen. Je moet ze scheiden met een punt, een puntkomma (;) of verbinden met een voegwoord en een komma.
- ❌ Fout: "I love coffee it wakes me up."
- ✅ Correct: "I love coffee. It wakes me up." / Ik hou van koffie. Het maakt me wakker.
- ✅ Alternatief 1: "I love coffee; it wakes me up." (de puntkomma verbindt zinnen die qua betekenis dicht bij elkaar liggen).
- ✅ Alternatief 2: "I love coffee, because it wakes me up." / Ik hou van koffie, omdat het me wakker maakt.
🎯 Oefening: Splits de zin in tweeën. "The weather was great we went to the park."
14. Het vergeten vraagteken
💡 Regel: Als een zin een directe vraag is, moet er een vraagteken (?) aan het einde staan, geen punt. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar wordt vaak over het hoofd gezien. Belangrijk: dit geldt niet voor indirecte vragen (
He asked what my name was.).- ❌ Fout: "What is your name."
- ✅ Correct: "What is your name?" / Wat is je naam?
- ❌ Fout: "Can you help me."
- ✅ Correct: "Can you help me?" / Kun je me helpen?
🎯 Oefening: Plaats het juiste leesteken. "How old are you"
15. De verwarring tussen 'your' en 'you're'
💡 Regel:
Your is een bezittelijk voornaamwoord (jouw, uw). You're is de samentrekking van you are (jij bent, u bent). Een simpele test: als je het kunt vervangen door you are, gebruik dan you're.- ❌ Fout: "Your a great student."
- ✅ Correct: "You're a great student." (You are a great student.) / Je bent een geweldige student.
- ❌ Fout: "Is this you're bag?"
- ✅ Correct: "Is this your bag?" (Is this you are bag? — klinkt niet) / Is dit jouw tas?
🎯 Oefening: Kies het juiste woord. "I think (your/you're) right."
Deel 5: Woorden die je Makkelijk Verwart
Sommige Engelse woorden lijken op elkaar qua spelling en uitspraak, maar hebben totaal verschillende betekenissen. Dit is een van de meest voorkomende oorzaken van misverstanden.
16.
Its vs. It's💡 Verschil:
It's is altijd een samentrekking van it is of it has. Its is een bezittelijk voornaamwoord dat antwoord geeft op de vraag "wiens?" (zijn, haar voor niet-levende dingen).- ❌ Fout: "The dog wagged it's tail."
- ✅ Correct: "The dog wagged its tail." / De hond kwispelde met zijn staart.
- ❌ Fout: "Its a beautiful day!"
- ✅ Correct: "It's a beautiful day!" (It is a beautiful day) / Het is een prachtige dag!
17.
There vs. Their vs. They're💡 Verschil:
They're = they are (zij zijn). Their is een bezittelijk voornaamwoord (hun). There is een bijwoord van plaats (daar) of onderdeel van de constructie there is/are.- ❌ Fout: "Their going to the cinema."
- ✅ Correct: "They're going to the cinema." (They are going...) / Zij gaan naar de bioscoop.
- ❌ Fout: "The students left there books here."
- ✅ Correct: "The students left their books here." / De studenten hebben hier hun boeken laten liggen.
- ✅ Voorbeeld: "Put the box over there. Their car is new. They're very happy." / Zet de doos daar neer. Hun auto is nieuw. Zij zijn erg blij.
18.
Good vs. Well💡 Verschil:
Good is een bijvoeglijk naamwoord; het beschrijft een zelfstandig naamwoord. Well is een bijwoord; het beschrijft een werkwoord (een handeling). De simpele vraag: "wat voor een?" — good, "hoe?" — well. Voor Nederlandstaligen is dit lastig, omdat 'goed' voor beide wordt gebruikt.- ❌ Fout: "He speaks English very good."
- ✅ Correct: "He speaks English very well." / Hij spreekt erg goed Engels (spreekt hoe? — goed).
- ✅ Voorbeeld: "She is a good singer. She sings well." / Zij is een goede zangeres. Ze zingt goed.
- Uitzondering: Met werkwoorden die zintuigen beschrijven (
feel,look,smell,taste,sound) gebruik jegood: "I feel good today." / Ik voel me goed vandaag.
19.
To vs. Too💡 Verschil:
To is een voorzetsel van richting (to the store) of het deel van een infinitief (to do). Too betekent "ook" of "te".- ❌ Fout: "I want to go, to."
- ✅ Correct: "I want to go, too." / Ik wil ook gaan.
- ❌ Fout: "This coffee is to hot."
- ✅ Correct: "This coffee is too hot." / Deze koffie is te heet.
20.
Then vs. Than💡 Verschil:
Then is een bijwoord van tijd en betekent "dan", "daarna", "toen". Than wordt gebruikt voor vergelijkingen (bigger than, more interesting than).- ❌ Fout: "She is taller then me."
- ✅ Correct: "She is taller than me." / Zij is langer dan ik.
- ✅ Voorbeeld: "First we'll have lunch, then we'll go for a walk." / Eerst gaan we lunchen, daarna maken we een wandeling.
Jouw Persoonlijke Checklist voor 2025
Voordat je op "Verzenden" klikt, loop snel door deze lijst. Het kost je maar een minuut, maar het kan je redden van vervelende fouten!
- Lidwoorden: Heb je
a/anenthegecontroleerd bij telbare zelfstandige naamwoorden? - Werkwoorden: Komt het werkwoord overeen met het onderwerp (
he works,they work)? Gebruik je de juiste tijd (yesterday-> went)? - Voorzetsels: Ben je zeker van je tijdsvoorzetsels (
onMonday), plaatsvoorzetsels (atthe station) en voorzetsels na werkwoorden (listen to)? - Interpunctie: Staat er een punt of vraagteken aan het einde? Staan de komma's goed voor
butenso? - Structuur: Heb je niet twee zinnen aan elkaar geplakt?
- Verwarrende woorden: Geen verwarring tussen
your/you're,its/it's,their/they're,good/well,then/than?
Regelmatig oefenen is de sleutel tot succes. Wees niet bang om fouten te maken! Elke fout is een kans om iets nieuws te leren. Begin met korte teksten: berichten, reacties, kleine e-mails. Hoe meer je schrijft en jezelf controleert, hoe sneller deze regels een automatisme worden. Je kunt het!
Extra Materiaal
🎧 Verbeter je vaardigheden met de Vocab app podcast: Verbeter je luistervaardigheid en woordenschat met onze podcast – een fantastische bron om je luisterbegrip te verbeteren en je woordenschat uit te breiden met boeiende audio-inhoud.
📱 Versnel het leren van woordenschat met de Vocab app: Onthoud nieuwe woorden effectief met de Vocab app – een uitstekende tool die ontworpen is om je te helpen nieuwe woordenschat te leren via interactieve oefeningen en quizzen, waardoor studeren een leuke ervaring wordt.
Aanbevolen artikelen

Voorzetsels IN, ON, AT: Nooit meer de fout in in 2025

15 Engelse Woordparen die Iedereen Verwart (2025 Gids)

Top 10 Engelse Uitdrukkingen 2025: Spreek als een Pro (Deel 3)

Top 10 Engelse Uitdrukkingen 2025: Spreek als een Native (Deel 2)

Top 10 Engelse Homofonen: Gids 2025 voor Foutloos Schrijven

Wanneer A, An of The? Dé gids voor Engelse lidwoorden
5 minuten
Test je Engelse woordenschat in 5 minuten
Ontdek je exacte woordenschatniveau met onze gratis test. Van basis tot geavanceerde woorden, krijg je A1-C2 score en zie hoeveel Engelse woorden je echt kent.